Blog

‘Sterkte doet ons ‘nee’ roepen’ !

paus Franciscus

De kardinale deugden :

De kardinale deugden zijn (met Griekse en Latijnse benamingen):

  1. Voorzichtigheid (PhronèsisPrudentia)
  2. Rechtvaardigheid (DikaiosynèIustitia)
  3. Sterkte (AndreiaFortitudo)
  4. Matigheid (SoophrosynèTemperantia)

 

Sterkte :


De catechese is vandaag gewijd aan de derde van de hoofddeugden, namelijk de sterkte. Ons uitgangspunt is de beschrijving die de Katechismus van de Katholieke Kerk: “De sterkte is de morele deugd die in moeilijkheden standvastigheid en volharding verzekert in het streven naar het goede. Ze bevestigt het besluit aan de bekoringen te weerstaan en de struikelblokken in het morele leven te overwinnen. (n 1808).”

Dat zegt de Katechismus van de Katholieke Kerk over de deugd van sterkte.

Ze is dus de meest “strijdvaardige” van de deugden.

De eerste van de hoofddeugden , de voorzichtigheid, wordt vooral in verband gebracht met de rede van de mens. De rechtvaardigheid heeft haar thuis in de wil. Deze derde deugd, de sterkte, wordt door de scholastieke auteurs en door die uit de oudheid in verband gebracht met wat men pleegt te noemen “het driftleven” (appetito irascibile). Het oude denken had nooit een mens zonder driften voor ogen: dat zou een steen zijn. Men kan ook niet beweren dat driften noodzakelijker wijze een restant van de zonde zijn. Hoe dan ook: driften moeten opgevoed worden, moeten georiënteerd worden, gezuiverd worden door het
water van het Doopsel, of beter door het vuur van de Heilige Geest.

Een christen zonder moed, die zijn kracht niet op het goede richt, die niemand stoort, dat is een nutteloze christen.

Laten we hieraan denken!

Jezus is geen doorschijnende, kiemvrije God die de menselijke gevoelens niet zou kennen. Integendeel. Bij het sterven van zijn vriend Lazarus barst Hij in tranen uit en in sommige van zijn uitspraken klinkt zijn gepassioneerde geest door, zoals wanneer Hij zegt: “Vuur ben Ik op aarde komen brengen en hoe verlang Ik dat het reeds oplaait!”(Lc 12,49). En bij het zien van de handel in de tempel heeft Hij krachtdadig opgetreden (cfr Mt 21,12-13). Jezus had driften.


Inwendige vijanden

Laten we nu komen tot een existentiële beschrijving van deze zo belangrijke deugd die ons helpt vrucht te dragen in het leven. De ouden – zowel de Griekse filosofen als de christelijke theologen – onderkenden in de deugd van sterkte een dubbelle oriëntatiebeweging: een passieve en een andere actieve.

De eerste is gericht op ons binnenste. Er bestaan inwendige vijanden die we moeten overwinnen, ze dragen namen als: angst, vrees, schuwheid, schuld. Allemaal krachten die in ons binnenste actief zijn en die in sommige omstandigheden ons verlammen.

Veel strijders verliezen nog voor ze de uitdaging aangaan!

Dat komt omdat zij zich geen rekenschap geven van die inwendige vijanden. De sterkte is op de eerste plaats een overwinning op onszelf. De meeste angsten die in ons ontstaan, zijn niet realistisch en zullen nooit werkelijkheid worden. Het is dus beter de Heilige Geest te aanroepen en alles met geduldige sterkte aan te pakken. Een probleem per keer, naar gelang ons vermogen, maar niet alleen! De Heer is met ons als we op Hem vertrouwen en oprecht het goede zoeken. Dan kunnen we in elke situatie rekenen op de goddelijke Voorzienigheid die ons schild en harnas is.


Uitwendige vijanden

De tweede oriëntatie van de deugd der sterkte is van een meer actieve aard. Naast de interne beproevingen zijn er uitwendige vijanden, dat zijn de beproevingen van het leven, de vervolgingen, de moeilijkheden die we niet verwacht hadden en die ons verrassen. We kunnen pogen te voorzien wat ons zal overkomen, maar in hoge mate is de werkelijkheid gemaakt van onvoorzienbare gebeurtenissen en op deze zee wordt onze boot soms door de golven heen en weer geschud. De sterkte zal dan van ons koene mariniers maken die niet schrikken en zich niet laten ontmoedigen.

De sterkte is een fundamentele deugd, omdat zij het kwaad in de wereld ernstig neemt.

De een of de ander doet alsof het niet bestaat, dat alles goed loopt, dat de menselijke wil soms niet blind is, dat in de geschiedenis geen duistere krachten aanwezig zijn die de dood met zich voeren. Het volstaat echter een geschiedenisboek te doorbladeren, of de kranten, om de laagheden te ontdekken waarvan we soms slachtoffer zijn en soms de daders: oorlogen, geweld, slavernij, onderdrukking van de armen, nooit genezen wonden die blijven bloeden.

De deugd der sterkte doet ons reageren en “neen” roepen, een beslist “neen” tegen dit alles.

In ons comfortabele Westen, dat alles enigszins verdund heeft, dat de weg der volmaaktheid heeft omgevormd tot een eenvoudige organische ontwikkeling, die geen behoefte heeft aan strijd omdat alles eender is, ontwaren we soms het gezonde heimwee van de profeten. Maar storende mensen en zieners zijn zeldzaam. We hebben nood aan iemand die ons verdrijft van ons zachte zitje waarin we ons genesteld hebben en op besliste wijze ons “neen” doet herhalen tegen het kwade en tegen al wat ons tot onverschilligheid brengt. “Neen” aan het kwade en “neen” aan de onverschilligheid. “Ja” aan de weg, de weg die ons vooruit brengt en ons daarom doet strijden.

Dan zullen we in het Evangelie de sterkte van Jezus opnieuw ontdekken en haar leren van het getuigenis der heilige vrouwen en mannen. Dankjewel!

  • Vertaling uit het Italiaans: Marcel De Pauw msc

 

‘Kardinaal’ als bijvoeglijk naamwoord komt van het Latijnse cardo (genitivus: cardinis), dat ‘spil’, ‘as’ of ‘scharnier’ betekent. De kardinale deugden zijn de deugden waar het om draait, die in het morele leven een scharnierfunctie vervullen. De eerste die ze zo noemde was kerkvader Ambrosius van Milaan.

Een deugd (Grieks: aretè; Latijn: virtus; G) is een standvastige, morele gesteltenis (Latijn: habitus), waardoor hartstochten op duurzame wijze kunnen worden geordend en het verstand op het goede wordt gericht. Een deugdzame persoon is iemand die vrij en gemakkelijk moreel handelt, spreekt en denkt. Deugdzaamheid is niet aangeboren, maar kan alleen worden verworven door oefening op basis van morele kennis. 

De kardinale deugden zijn (met Griekse en Latijnse benamingen):

  1. Voorzichtigheid (PhronèsisPrudentia)
  2. Rechtvaardigheid (DikaiosynèIustitia)
  3. Sterkte (AndreiaFortitudo)
  4. Matigheid (SoophrosynèTemperantia)

Zien, oordelen, handelen !

 

 

 

Wat als Cardijn nu eens terugkwam? Hoe zou hij de jonge arbeiders toespreken? Tot wat zou hij hen, en ons, aanmoedigen? Hoe zou hij ons helpen oordelen? Hoe zou hij ons oproepen om tot handelen over te gaan? Sta me toe vijf uitdagingen van deze tijd ter sprake te brengen en hierbij te verwijzen naar iemand die lijkt een leerling van Cardijn te zijn, een zekere Franciscus.

Het populisme 

Cardijn maakte de opkomst mee van autoritaire regimes, waaronder sommigen democratisch verkozen werden. Vandaag de dag zijn we getuigen van de onverbiddelijke opkomst van diverse populistische bewegingen. Van kiezers die bereid zijn hun stem te geven aan mannen en vrouwen, die hen manipuleren door hen oppervlakkige en zelfzuchtige argumenten voor te houden. Verschillende factoren verklaren de opkomst van deze stromingen, maar geen enkele ervan rechtvaardigt hun bestaan.

Cardijn zou er plezier aan beleven de onjuistheid van de argumentatie aan te kaarten. Hij zou ook waarschuwen tegen een zwart-witvisie bij complexe problematieken. Hij zou helpen onze (soms terechte) verontwaardiging en ongehoorzaamheid, om te vormen in verantwoordelijkheidszin voor de toekomst van de wereld.

Op het moment dat Donald Trump de eed aflegde, verklaarde Paus Franciscus in een interview met de krant El Païs “Het is normaal dat dit soort crisissen mensen bang en ongerust maakt. Maar laat ons, ons hoeden voor populisme dat hierdoor opgang maakt, en die aanzet zogezegde redders te kiezen”[1]. Cardijn had het zelf ook zo kunnen zeggen.

Migratiecrisissen

Cardijn was wellicht ook op de hoogte van migratiecrisissen in zijn tijd. Wat zou hij zeggen als hij zag waar we vandaag mee worden geconfronteerd? Hoe zou hij uitvaren tegen de koudwatervrees van onze landen om vreemdelingen te ontvangen?

Hij zou helpen om ongegronde reacties inzake de erkenning van hun identiteit, te herkennen. Hij zou ongeoorloofde pogingen om stenen muren en prikkeldraad aan onze grenzen op te trekken, afkeuren. Alsook de administratieve muren, die dienen als vals voorwendsel om een bepaalde visie op “identiteit” te behouden.

De allereerste reis van Paus Franciscus was naar Lampedusa en hij was erg van streek door wat hij er zag. Hij sprak er over, en door er te blijven over spreken, door sterke daden te stellen, door het onophoudelijk te blijven bevragen, heeft hij van het vluchtelingenhoofdstuk een prioriteit van zijn pontificaat gemaakt. “Hoe kunnen wij er voor zorgen”, schrijft hij in een passage voor de werelddag van de migranten, “dat integratie zal leiden tot wederkerige verrijking, voor gemeenschappen positieve perspectieven zal bewerkstelligen en gevaar van discriminatie, rassenhaat, extreem nationalisme of vreemdelingenhaat zal voorkomen?” En hij voegt eraan toe: “De Bijbelse openbaring dringt ons ertoe de vreemdeling te verwelkomen; zij vertelt ons dat, als wij zo handelen, wij onze deuren openen naar God en dat wij in de gezichten van anderen het gelaat van Christus zelf zien”.[2] Cardijn had het zelf ook zo kunnen zeggen.

Milieucrisis

Cardijn stierf in 1967, tijdens de golden sixties. Eveneens een moment waarop weinigen er zich van bewust waren, dat de plundering van de rijkdommen van onze planeet toen begon. Wat zou hij zeggen als hij het ecologische kostenplaatje onder ogen kreeg, voor ons uiteindelijk zeer relatief welzijn?

Hij zou helpen onze consumptiemodellen te herzien.

Ook Paus Franciscus verdedigt een model van integrale ecologie, die de bescherming van “het gemeenschappelijke huis” vooropstelt, zonder daarbij de mens van zijn omgeving los te koppelen. “Er is maar”, zo schrijft hij in zijn encycliek Laudato Si, “één complexe sociale crisis en milieucrisis” “Alles hangt samen met elkaar” herhaalt hij zonder ophouden.[3] Cardijn had het zelf ook zo kunnen zeggen.

Verenigd Europa

Cardijn zag het Europese project ontstaan, een Europese Economische Gemeenschap met zes lidstaten. Hij zou blij zijn te zien hoeveel andere landen tot een project toetraden dat vrede en begrip tussen de volkeren als uitgangspunt heeft. Hij zou ons helpen dit inzicht terug te vinden, op een moment dat bepaalde landen verkiezen zich terug te plooien op zichzelf.

Hij zou ons helpen geloven dat een verenigd Europa leidt tot een betere wereld.

Toen Paus Franciscus onlangs de staatsleiders van de Unie ontving, vroeg hij het volgende: “Welke hoop voor het Europa van vandaag en dat van morgen? De antwoorden vinden we in de pijlers waarop de grondleggers de Europese Gemeenschap wilden bouwen (…): het centraal stellen van de mens, een oprechte solidariteit, een open geest naar de wereld, het verder streven naar vrede en ontwikkeling, een open blik naar de toekomst”[4]. Cardijn had het zelf ook zo kunnen zeggen.

Jongeren

En tenslotte zou Cardijn wellicht een beetje verbaasd zijn als hij vandaag jongeren zou ontmoeten.

Hij zou zijn enthousiasme behouden en ons helpen, te geloven in de volgende generaties, hen ons vertrouwen te geven, hen te steunen.

Paus Franciscus vraagt alle christenen om jonge mensen goede redenen te geven een engagement aan te gaan en dit niet alleen door het huwelijk. In Amoris Laetitia vinden we de volgende prachtige uitnodiging: “omdat de weerstanden van jongeren vaak verbonden zijn aan negatieve ervaringen, moet men hen helpen bij het genezingsproces van deze innerlijke kwetsuren, zodat ze in staat zijn om mens en samenleving te begrijpen en zich ermee te verzoenen”.[5] Cardijn had het zelf ook zo kunnen zeggen.

‘T EKSTERLAER (thans Eksterlaar geschreven).

(De zuidkant van onze Sint Rochus-parochie).

 

     Vele jaren geleden waren er in onze contreien tal van bossen en in die bossen waren er tal van open plekken die men “laar”noemde. Denken we maar aan Aartselaar, Berlaar, het Laar (Wommelgem), Boterlaar(baan) en dus ook “‘t Eksterlaar”.

Deze laatste heeft zijn naam ook te danken aan de afspanning “De Ekster”, volgens ingewijden, de oudste herberg van Deurne. In de 19e en in ‘t begin van de 20e eeuw lag het nog rustig buiten de stad Antwepen en kwamen kunstenaars van alle slag er een aangename namiddag doorbrengen, zo onder meer Domien Sleeckx (1818-1901), Hendrik Conscience (1812-1883) en later ook Felix Timmermans (1886-1947) e.a.

 

Het Eksterlaar, gelegen in het zuiden van onze parochie strekt zich uit vanaf de St Rochusstraat tot aan de Manebruggestraat en Mortselsesteenweg. Tot in ‘t begin van de jaren ’50 was ‘t Eksterlaar een smalle kasseiweg, met aan de noordkant een verraderlijke asseweg, gevreesd door fietsers en voetgangers bij valpartijen. Aan de overkant, waar tussen 1923 en 1932 de Unitas-tuinwijk gebouwd werd, was er een partij gras en toch al een geplaveid voetpad. De Unitas-tuinwijk, van architect Edouard Van Steenbergen, was een stap in de langzame verstedelijking van Deurne-Zuid. Ze werd opgericht om bedienden, onderwijzers en, ambtenaren een betaalbare woning aan te bieden. Ze werd uiteindelijk in 1982 als stadsgezicht beschermd. Jammer dat men later heeft toegelaten dat de karakteristieke kleine ruitjes van de ramen niet langer een “must” waren bij eventuele renovaties.

 

Halfweg op de hoek van de Van den Hautelei, schuin tegenover de hoek van de Oude Doncklaan, was er het onvermijdelijke café.

Verder hadden we aan de zuidkant een drogist, een beenhouwer, een huisschilder, een bakker ,een coiffeuse, een ijzerwinkel, een modiste (later boterwinkel). Een gaslantaarn scheen verder zijn vale licht op een metersdikke haag die tot aan de Mortselsesteenweg liep.

 

Aan de overkant van die winkelgalerij avant la lettre bevond zich een park dat wij “het bos” noemden en waarin zich een kiosk en een net burgerhuis bevonden. Daar werden al eens feestjes gegeven. Dat goed omheinde bos met dichte houten staken , waar we tot onze ergernis als jonge nieuwsgierige knapen niet tussen konden, bevatte een grote stoere kastanjeboom die de impact van een V2 raket op 21 november 1944 gedeeltelijk opving, waardoor de huizen rondom enigszins gespaard bleven: alleen deuren en ramen en de plafonds moesten er aan geloven; helaas vielen er toen ook 3 doden te betreuren.

 

Het straatbeeld van ‘t Eksterlaar is wel erg veranderd door de jaren heen. De immense telefoonpalen, waar we met onze katapulten naar de porseleinen of glazen isolatoren schoten, zijn verdwenen. In ‘t begin van de jaren 50 van vorige eeuw begon men met de heraanleg. Thans is het Eksterlaar een drukke verkeersader waar men goed uit zijn doppen moet kijken! Het was ooit anders…. vandaar dit korte verhaal !

 

Jacobs, oud-inwoner Eksterlaar

Bronnen: Wikipedia/Internet

              D.Sleeckx:Verhalenbundel

              M & L jul/aug 1998

 

Paasboodschap aartsbisschop Terlinden: ‘Een nieuw elan’

 

 

 

 

Het is verrassend, maar het woord ‘hoop’ komt nauwelijks voor in de evangeliën en wanneer het wel voorkomt, is dat in een context van teleurstelling: ‘Wij leefden in de hoop dat Hij degene was die Israël zou bevrijden.’ Deze woorden werden uitgesproken op de weg naar Emmaüs rond het jaar dertig. Het Joodse paasfeest was gevierd, het lam was geofferd en verdeeld in de familie.

Twee reizigers bewaarden echter een bittere nasmaak van het feest.

Ze hadden een zekere Jezus gevolgd en zagen in hem een machtige profeet in woord en daad, en nog meer: hun bevrijder, hun Messias. Met Hem hadden ze gehoopt dat Israël be-vrijd zou worden van de Romeinse bezetting. Maar de hogepriesters en leiders van het volk hadden Hem ter dood laten veroordelen en kruisigen. En na zijn dood was Hij in een graf gelegd. En daarmee was ook hun hoop in Jezus gestorven. Ze keerden terug naar hun dagelijks leven in Emmaüs, met hun zorgen en nog steeds onder de Romeinse bezetting. De droom leek voorbij.

Een vreemdeling benaderde de twee reizigers.

Hij nam de tijd om naar hun verhalen te luisteren, met ze te praten en de Schriften voor ze open te slaan. Hij vergezelde hen naar hun dorp en bleef bij hen. Maar pas toen Hij het brood brak en het aan hen gaf, gingen hun ogen open en herkenden ze Hem. Het graf is leeg. Jezus is verrezen. Hoewel Hij zich aan hun blik onttrekt, is Hij levend aanwezig in het geloof van de kerkgemeenschap. Dit geloof opent een nieuwe bron van hoop: de hoop van Pasen. Het is niet langer de hoop op een militaire of politieke bevrijder, maar op een zachte en nederige Messias, een gekruisigde Messias.

We hebben vandaag veel redenen tot wanhoop: conflicten en oorlogen, onrecht en armoede onder veel mensen en landen, drugsmaffia, de dramatische situatie van migranten en vluchtelingen, klimaatverandering en
-opwarming, de opkomst van populisme en xenofobie. Ook binnen onze Kerk is er onrust, denk alleen al aan het leed van slachtoffers en schandalen van misbruik, maar ook aan de angst voor de toekomst van onze gemeenschappen in een geseculariseerde wereld.

Jezus ontmoet ons echter onverminderd, ook in deze omstandigheden.

Hij is aanwezig in de Schriften, in de eucharistie en in de kerkgemeenschap wanneer ze zich in Zijn naam verenigt. In het licht van het geloof in zijn verrijzenis kunnen we zelfs nieuwe tekenen van hoop ont-dekken in onze wereld van vandaag. Het gaat niet om nostalgie voor het verleden, maar om een nieuw elan voor onze Kerk en ons leven dat voortkomt uit de hoop van Pasen.

Dit nieuwe elan wordt ook belichaamd door de synode die in oktober zal worden afgesloten.

Met een brede consultatie in de wereldkerk en in onze gemeenschappen leerden we om naar elkaar en naar de Heilige Geest te luisteren. We hebben tekenen van hoop ontdekt, zowel in onszelf als in onze samenleving. Nu is het tijd om beslissingen te nemen, met een nuttige aggiornamento in de Kerk om het evangelie en de hoop van Pasen in onze wereld te verkondigen.

 

 

 

 

In deze hoop wens ik u v

an harte een Zalig Pasen toe!

Aartsbisschop Luc Terlinden

Enkele weken terug was er nog een bijeenkomst voor de parochianen van deze parochie.

Met een hapje en een drankje en een streepje muziek werd er terugeblikt naar de voorbije jaren.

.

Pius x

We wisten al een tijdje dat het Bisdom plannen had om het aantal kerken te reduceren. In november 2020 was ons al meegedeeld dat in de cluster Deurne-Zuid 2 van de 4 kerken mochten blijven bestaan en dat 2 kerken verplicht gingen worden om te sluiten.

Dit ging voor ons beslist worden in het voorjaar 2023 en we weten nu definitief dat de kerken van Sint Jozef (Boekenberglei) en Sint-Rochus mogen blijven.
De andere kerken, H. Lodewijk van Montfort (Sevillastraat) en onze Pius X parochie moesten voor het einde van 2023 sluiten.

Wat gaat er gebeuren?

Het proces om de kerk te onttrekken aan de eredienst (vroeger heette dat ontwijden) is opgestart.
De parochie H. Pius X wordt opgeheven en samengevoegd met Sint Rochus.
Onze parochianen kunnen na Kerstmis daar terecht voor:

  • een avondmis op zaterdag om 18 uur
  • een hoogmis op zondag om 9:30 uur.

Wat betreft het parochiecentrum

Al staat de kerkruimte leeg, toch blijft dat bestaan.
Het Bisdom erkende het belang van een gemeenschapscentrum op Silsburg en gaf ons de toelating om het te blijven uitbaten, zolang we er de nodige vrijwilligers voor vinden en het financieel draagbaar blijft.
Onze verenigingen en de huidige gebruikers van onze lokalen kunnen er dus nog terecht.

We zijn ook van plan om, zo lang er belangstelling voor is, ons cafetaria als ontmoetingsplaats te blijven openen op zondagmorgen.

Ook kunnen we nu al aankondigen dat de Braziliaanse cellist Christian Grosselfinger in het voorjaar voor het derde jaar op rij een concert plant in ons kerkgebouw. (Vermoedelijk in Maart 2024).

We houden u op de hoogte van de evolutie.

Guido Gezelle, priester-dichter.

Omdat Guido Gezelle 125 jaar geleden overleden is, werd 2024 uitgeroepen tot Guido Gezelle-jaar. Gezelle werd geboren in Brugge op 1 mei 1830 en overleed er op 27 november 1899.

Hij werd priester gewijd in 1854 en werd dan leraar geschiedenis en moderne talen in het Klein Seminarie van Roeselare waar hij destijds zelf de lessen gevolgd had. Een aantal jaren later werd hij directeur van het Engels College te Brugge gevolgd door een leraarschap aan het Groot Seminarie aldaar.

Wegens zijn onorthodoxe manier van lesgeven werd hij door de toenmalige bisschop van Brugge als onderpastoor naar Roeselare gestuurd en vervolgens naar Brugge en Kortrijk. Aan het einde van zijn loopbaan was hij aalmoezenier in een klein nonnenklooster en had hij veel tijd om zich aan zijn geliefde dichtkunst te wijden.

Een van zijn meest bekende kleine gedichjes is “Het Kruisken”.  Verschillende generaties die katholieke scholen bezochten in de 19e en 20e eeuw hebben dit gelezen in hun taal- of leesboeken en meestal moest het in de lagere school van buiten geleerd worden. Ook “Het Schrijverken” is een beroemd gedicht.  De West-Vlaamse invalshoek is in veel van zijn gedichten terug te vinden.

In1926 werd het geboortehuis van Gezelle in de Rolweg te Brugge ingericht als museum.  Het is een bezoekje zeker waard. De stad Brugge vereeuwigde Gezelle met een standbeeld en posthuum kreeg hij ook enkele jaren na zijn dood de Vlaamse Staatsprijs voor zijn dichtbundel “Rijmsnoer”.

Guido Gezelle was ontegensprekelijk een van de belangrijkste Vlaamse dichters uit de 19e eeuw.

‘T KRUISKE

‘t Eerste dat mij moeder vragen 
leerde, in lang verleden dagen, als ik hakkelde, ongeriefd*
nog van woorden, ‘t was, te gader*
bei mijn handjes doende: “Vader,
geef me een kruiske, als ‘t u belieft!”

‘k Heb een kruiske dan gekregen,
menig keer, en wierd geslegen*
op mijn kake, zacht en zoet…
Ach, ge zijt mij, bei te gader,
afgestorven, moeder, vader,
‘t geen mij nu nog leedschap* doet!

Maar, dat kruiske, ‘t is geschreven
diep mij in de kop gebleven,
teken van mijn erfgebied:*
die de schedel mij aan scherven
sloege, en hiete* ‘t kruiske derven,
nog en hadde’ hij ‘t kruiske niet!
– – – – – – – – – – – – – – – – – – – — – – – – – – – – – – – – – – –
*ongeriefd: niet voorzien van
*te gader: tezamen
*geslegen: geslagen
*leedschap: verdriet
*erfgebied: bewijs van mijn erfelijk (geestelijk) bezit
*hiete: zou gebieden

rijmsnoer(1896)

Als de ziele luistert
spreekt het al een taal dat leeft,
’t lijzigste gefluister
ook een taal en teeken heeft:
blâren van de boomen
kouten met malkaar gezwind,
baren in de stroomen
klappen luide en welgezind,
wind en wee en wolken,
wegelen van Gods heiligen voet,
talen en vertolken
’t diep gedoken Woord zoo zoet …
als de ziele luistert!